| Imam Ali ( A.S. ) - Nederlands |
Ali is de schoonzoon van Mohammed en de eerste van de 12 Imams. Hij werd in 599 n.Chr. in Mekka geboren. Hij was 30 jaar jonger als Mohammed. Daar de eigen nageslacht verarmde nam Mohammed, intussen rijk geworden door te trouwen met de weduwe Hatice, de jonge tot zich en adopteerde hem. De wederzijdse verhouding werd versterkt door geestelijke innerlijkheid. Ali was bij de eerste openbaring van Mohammed, in het hol Hira 610 n.Chr. Ali was en bleef zijn levenlang zeer arm wat een grote handicap was tegenover de Profeetverwanten Abubakr, Omar en Osman, want deze konden met hun grote rijkdom aanhangers werven onder de vluchtelingen die naar Mekka waren gekomen. De Schiitische traditie zegt dat Mohammed, Ali meerdere malen als zijn opvolger had bepaald. Enige maanden voor zijn dood riep Mohammed, op de weg van Mekka naa r Medina, voor honderdduizenden mensen Ali tot zijn opvolger en liet Ali door de mensen massa en de Profeetverwanten huldigen. Hoewel Ali bezig was met de regelingen rondom de begrafenis van Mohammed werd do or de Omayyadengroep (Abubakr, Omar, Osman) met een staatsgreep Abubakr tot Khalif benoemd. Deze groep had de steun verworven van de vluchtelingen en de Mekkanesen terwijl Ali alleen de steun genot van de stam Haschemi en een vreemdeling genaamd Salman de Perzier (Salman Farsi). Met 17 volgelingen weigerde Ali om Abubakr als Khalif te erkennen. Fatima (Ali's vrouw en Mohammeds dochter) probeerde de twee inheemse Stammen van Medina voor Ali te winnen. Abubakr en Omar kregen hiervan lucht en lieten Fatima, die zwanger was, in elkaar slaan en trappen door een doodkommando. Fatima had een miskraam en stierf. Deze voorval deed zich voor zes maanden na de dood van Mohammed. Het vermoorden van Fatima was een waarschuwing aan Ali. Ali erkende Abubakr niet meer als Khalif. Abubakr heersde van 632 tot 634 en benoemde Omar tot zijn opvolger. Deze, van 63 4 tot 644 regerend, was beroemd om de grote expansie van de Islam voor elkaar te hebben gekregen. De Byzantynse provincies Syrie en Egypte werden veroverd, de reuze Perzische Rijk werd in een gewelddadige aanloop overrompeld. Khalif Omar voerde de eerste Klassenstichting in. De Arabieren die in het Schiereiland woonden (Saudi-Arabie) werden de heersende klasse van de reuzen Rijk. De nieuwe (gedwongen) Moslims werden van de macht uitgesloten en als tweede rangsburger behandeld . De stervende Omar benoemde een zes koppige commissie voor het kiezen van de nieuwe Khalif. In feite was dit een moord komplot tegen Ali want de minderheid (Ali was in de minderheid) zou de meerderheidsbesluit moeten gehoorzamen, zoniet dan zouden ze worden vermoord. Dat Ali in de zeskoppige kieskomite was opgenomen was een doordachte slinkse plan van Omar, waarmee hij de handen van Ali tegenover Osman wou binden. Natuurlijk werd Osman tot khalif gekozen en Khalif Osman maaakte de Omayyaden-Klan tot de leidende-clique van de heersende Arabieren. Twaalf jaar na de dood van Mohammed had de Klan, die hem de meeste weerstand in de weg had gelegd, Mohammeds werk als buit vergeven en Ali protesteerde hiertegen. Ali was er tegen dat Osman zijn familie en naasten rijk liet worden over de rug van de staat terwijl anderen honger leden. Osman baande Ali uit Medina en Ali moest in een armzalige dorp vlakbij Medina leven. Osman maakte zich meerdere malen schuldig tegenover oude Profeetverwanten. Ibn Massud, de oude dienaar van Mohammed, die zijn authentieke Koranexemplaar, ter vernietiging door Osman, niet wilde geven werd door een moordkommando tot de dood geslagen. Osman raapte ongehoord veel rijkdom bij elkaar, bouwde zich een schitterende paleis en leefde in grote rijkdom en welvaart. Zijn arrogante rijkelijke levensstijl en zijn Nepotismus (hij nam de Omayyaad Marvan,die Mohammed wegens enige delikten en vijandelijkheden uit Medina baande, als zijn rechter hand) leidde tot een opstand waarbij Osman vermoord werd. Ali nam geen deel aan de opstand. De gedelegeerden van de Provicie en het Volk van Medina lieten Ali ophalen en drongen aan dat Ali de volgende Khalif moest worden. Sommige Profeetverwanten, waaronder Osama, weigerden Ali te erkennen als Khalif (biat) omdat hij van mening was dat hij de Khalif moest worden.Hij meende recht te hebben op de Khalifaatschap omdat hij de leider was van de laatste leger dat door Mohammed was samengesteld. Gelijk na het kiezen van Ali to Khalifaat braken er in Medina onlusten uit omdat Ali vele oude Profeetverwanten, die zich onder de drie voorgaande Khalifaten hadden verrijkt, van hun functies ontheef. De onrusten werden zo erg dat Ali uit Medina moest vluchten. Met 800 man week hij uit naar Irak, maar werd gelijk op de hielen gezeten door een grote leger geleid door Aischa (een van Mohammeds vrouwen), Talha en Subair (beide hadden kort ervoor geweigerd om Ali als Khalifa te erkennen). Met een veel kleinere leger stelde Ali zich, bij Basra, tegen de rebellen leger en overwon. Deze slag wordt de Kameelslag genoemd omdat Aischa op een kameel reed. Ze mocht ongestraft naar Medina terugkeren Muawiya, Gouverneur in Syrie in de tijd van Omar en Osman, weigerde de erkenning van Ali als Khalif. In 657 kwam het tot de slag van Siffin, die Ali gewonnen zou hebben als op het beslissende moment de leiders van het leger Ali niet in de steek hadden gelaten. Na deze militaire nederlaag wou Ali met een nieuwe leger tegen Muawiya aantreden maar, het leger viel uiteen. Muawiya, stuurde zijn leger- en stormtroepen naar Irak en het Schiereiland. Medina werd zwaar geplunderd en gebrand en vele inwoners werden vermoord en gexecuteerd. Ali werd bij alle belangrijke ondernemingen in de steek gelaten door de Irakezen.Hij voelde zich net in een drijfzand, net als een man van vacuum. Het feit dat hij zich, ook als Khalif, zeer bescheiden aankleedde en zeer bescheiden at ripe bij de Irakezen en de Arabieren geen bewondering maar verachting op. Kort voor zijn dood vervloekte Ali, in een droom waarin hij Mohammed zag, de aanhamgers van Mohammed die hem in de steek hadden gelaten en zijn demokratisch-socialistische en humanistische politiek gesaboteerd hadden. De zwaar teleurgestelde Ali werd in de maand Ramadan 661 n. Chr. door een Haridschi met een giftige zwaard dodelijk verwond. Ironisch genoeg heeft Muawiya de moordaanslag van een andere Haridschi, op dezelfde dag, overleefd.
| <----Terug naar Imam Ali ( A.S ) Web Side. |